ECLI:NL:CRVB:2019:906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet
Appellante heeft na het overlijden van haar echtgenoot een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft dit verzoek op 13 augustus 2015 afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was en ook niet tijdig vrijwillig verzekerd was na het einde van zijn verzekering in 2000. Dit besluit is gehandhaafd bij bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen van griffierecht.
Na een nieuwe aanvraag in november 2016 wees de Svb deze opnieuw af en handhaafde dit besluit bij bezwaar in maart 2017. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit bestreden besluit ongegrond omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd en het besluit niet evident onredelijk was.
In hoger beroep heeft appellante opnieuw aangevoerd dat haar echtgenoot in Nederland in loondienst werkte en een Nederlands pensioen ontving. De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en bevestigt dat de herhaalde aanvraag niet tot toewijzing kan leiden, omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd en het eerdere besluit niet onjuist is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag voor een nabestaandenuitkering.