Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Beslissing
24 september 2019.
Hoge Raad
In deze zaak staat een dodelijk verkeersongeval centraal waarbij de verdachte onder invloed van alcohol en het slaapmiddel lorazepam reed en daardoor op de rijbaan voor tegemoetkomend verkeer terechtkwam. Dit leidde tot een botsing met twee auto's, waarbij de bestuurder van een van de betrokken voertuigen om het leven kwam.
De verdachte werd veroordeeld voor gekwalificeerde dood door schuld, rijden onder invloed en het veroorzaken van gevaar op de weg. In cassatie werden onder meer bewijsklachten geuit over de nadelige invloed van alcohol en medicatie op de rijvaardigheid en over het gebruik van een passage uit een verklaring van een politieambtenaar waarin werd gesproken over het gebruik van middelen door de verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat de redelijke termijn in cassatie niet is overschreden, ondanks een te late inzending van stukken door het hof, omdat de zaak binnen zestien maanden werd afgedaan. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor dodelijk verkeersongeval onder invloed van alcohol en lorazepam wordt bevestigd.