ECLI:NL:HR:2019:1431
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak hebben belanghebbenden na het instellen van het beroep in cassatie een verzoek tot wraking ingediend, dat buiten behandeling is gesteld. De Hoge Raad beoordeelt vervolgens de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het beroep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na het horen van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Daarnaast ziet de Hoge Raad geen aanleiding om de proceskosten aan de zijde van de wederpartij toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2019. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de klachten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.