ECLI:NL:HR:2019:1434
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, woonachtig in Marokko, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen een termijn van vier weken. Deze betaling is niet tijdig voldaan. Vervolgens is belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen, maar heeft hier geen tijdig gebruik van gemaakt.
De brief die later werd ingediend, is buiten beschouwing gelaten als te laat. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten opgelegd en het reeds betaalde griffierecht wordt teruggegeven aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.