ECLI:NL:CRVB:2019:905

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 maart 2019
Publicatiedatum
19 maart 2019
Zaaknummer
17/5164 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ANWArt. 13a ANWArt. 22 Verdrag sociale zekerheid Nederland-MarokkoArt. 63 ANWArt. 63a ANW
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op nabestaandenuitkering wegens ontbreken verzekering echtgenoot voor ANW

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot die op dat moment in Marokko woonde en een AOW-uitkering ontving. De Sociale Verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.

De Raad oordeelde dat het recht op een AOW-uitkering niet impliceert dat de echtgenoot verzekerd was voor de ANW. Tevens was niet betwist dat de echtgenoot niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was onder de Marokkaanse wetgeving. Hierdoor was er geen grond voor een nabestaandenuitkering op basis van het verdrag sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko.

De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot ten tijde van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.

Uitspraak

17.5164 ANW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
7 juni 2017, 17/124 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 14 maart 2019
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben desgevraagd niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot heeft in Nederland gewoond en is op enig moment verhuisd naar Marokko, waar hij op 8 juni 2015 is overleden. Hij ontving op dat moment een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).
1.2.
Naar aanleiding van het overlijden van haar echtgenoot heeft appellante een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd.
1.3.
Bij besluit van 14 april 2016 heeft de Svb de aanvraag om een nabestaandenuitkering afgewezen, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Bij beslissing op bezwaar van 5 december 2016 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 14 april 2016 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij in aanmerking wenst te komen voor een ANW-uitkering, omdat haar echtgenoot recht had op een AOW-uitkering.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet meer in Nederland woonde of werkte. Hij was daarom op dat moment niet verzekerd op grond van artikel 13 van Pro de ANW. Het feit dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden recht had op een AOW-pensioen brengt niet mee dat hij op dat moment verzekerd was voor de ANW.
4.3.
Verder is niet in geschil dat de echtgenoot ten tijde van het overlijden niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW, als bedoeld in artikel 63 en Pro 63a van de ANW.
4.4.
Op grond van gegevens van het Caisse Nationale de Sécurité Sociale staat vast dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 13a van de ANW in combinatie met artikel 22 van Pro het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een nabestaandenuitkering bestaat.
4.5.
Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2019.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) P. Boer
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

IJ

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M.M. van der Kade en présence de P. Boer en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 14 mars 2019.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas:
Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.