In deze zaak betrof het een beroep in cassatie door [X] B.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep, waarbij werd vastgesteld dat de volmacht die was overgelegd niet kon worden geverifieerd omdat de indiener niet binnen de gestelde termijn een uittreksel uit het handelsregister had overlegd.
De griffier had de indiener van het beroepschrift schriftelijk verzocht dit bewijs te leveren, maar dit bleef uit. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat degene die de volmacht had ondertekend, gerechtigd was deze te verstrekken. De Hoge Raad concludeerde daarom dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk was ingesteld.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 27 september 2019.