ECLI:NL:HR:2019:1475

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2019
Publicatiedatum
30 september 2019
Zaaknummer
16/00356
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 94 SvArt. 11a OpiumwetArt. 552a Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag op goederen bij hennepkwekerij

Het Openbaar Ministerie stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant inzake een klaagschrift van een klaagster over beslaglegging op goederen die gebruikt konden worden bij het opzetten van een hennepkwekerij. De rechtbank had geoordeeld dat het belang van de strafvordering zich niet verhinderde tegen teruggave van de goederen, ondanks dat de goederen niet onder de klaagster als (onder)huurder maar onder een hoofdhuurder van diverse bedrijfspanden waren genomen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. Het middel dat het Openbaar Ministerie aanvoerde, kon niet tot cassatie leiden omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt. De Hoge Raad achtte het toetsingskader van de rechtbank niet onjuist en vond geen reden om het oordeel dat het belang van de strafvordering zich niet tegen teruggave verzet te herzien.

De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarbij de Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De zaak betreft een juridische beoordeling van beslaglegging in het kader van strafrechtelijke procedures rondom hennepkwekerijen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het beslag op de goederen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer16/00356
Datum1 oktober 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 22 december 2015, nummer RK 15/1849, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de klaagster.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2019.