ECLI:NL:PHR:2019:712
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake beslag en teruggave goederen bij overtreding Opiumwet
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen de gegrondverklaring van een klaagschrift ex art. 552a Sv door de rechtbank Oost-Brabant, waarin teruggave werd bevolen van diverse inbeslaggenomen goederen die verband houden met een verdenking van overtreding van art. 11a Opiumwet.
De goederen waren in juli 2015 in beslag genomen in een pand te Eindhoven dat door de klaagster werd gehuurd. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aanwijzingen bestonden voor een criminele intentie van de klaagster met betrekking tot de goederen en dat het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzette. Het OM stelde in cassatie dat de rechtbank het verkeerde toetsingskader had toegepast en te ver vooruit was gelopen op het oordeel van de strafrechter.
De Hoge Raad stelt vast dat de strafzaken inmiddels onherroepelijk zijn afgewikkeld, maar dat ex art. 353 Sv Pro niet is beslist over het beslag, waardoor het beslag voortduurt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de klaagster als beslagene geldt en dat het belang van strafvordering inmiddels is komen te vervallen. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat, gezien de vernietiging van de voorwerpen, art. 119 lid 2 Sv Pro van toepassing is en dat de klaagster een eventuele opbrengst van de verkoop van de goederen dient te ontvangen. De conclusie van de procureur-generaal is dan ook tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag wordt opgeheven met teruggave aan de klaagster.