Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
1 oktober 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over mensensmokkel. De verdachte werd door het hof veroordeeld op grond van artikel 197a Sr, waarbij het hof oordeelde dat de verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de toegang of doorreis wederrechtelijk was.
De verdachte stelde in cassatie klachten in over de afwijzing van verzoeken tot aanhouding, nader onderzoek en het horen van getuigen, over het bewijs dat het hof gebruikte, en over de strafoplegging. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor mensensmokkel.