ECLI:NL:HR:2019:1488

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2019
Publicatiedatum
1 oktober 2019
Zaaknummer
18/02500
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 SrArt. 338 SvArt. 301.4 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen gekwalificeerde diefstal

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van meermalen gepleegde gekwalificeerde diefstal. Het middel in cassatie betrof een vermeende schending van het procesrecht doordat het hof zich bij de bewezenverklaring had gebaseerd op een processtuk uit een andere strafzaak dat niet tot het dossier behoorde en niet tijdens het onderzoek was behandeld.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.

De uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent de bewijsvoering en het gebruik van processtukken in strafzaken, waarbij de Hoge Raad terughoudend is in het aannemen van cassatiegronden die niet tot wezenlijke rechtsontwikkeling leiden.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van gekwalificeerde diefstal.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02500
Datum1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2017, nummer 20/003860-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Broere, advocaat te Roosendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2019.