ECLI:NL:HR:2019:1507
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verhoogt vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding in belastingzaak
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën en de Staat over naheffingsaanslagen en betaalde belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na uitspraak van de Rechtbank Gelderland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld over de redelijke termijn en de vergoeding van rente over het griffierecht. Op grond van eerdere arresten moet de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn worden verhoogd tot €4.000. Tevens moet wettelijke rente worden toegekend vanaf vier weken na de uitspraak van de rechtbank, het hof en de Hoge Raad.
Daarnaast worden de kosten van het cassatiegeding verdeeld over de Staatssecretaris en de Staat, die ieder de helft van het griffierecht en de helft van de kosten van rechtsbijstand aan belanghebbende moeten vergoeden. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 4 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verhoogt de vergoeding voor immateriële schade tot €4.000 en bepaalt wettelijke rente en griffierechtvergoeding.