ECLI:NL:HR:2019:1518
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verhoogt vergoeding immateriële schade en rente bij overschrijding redelijke termijn in belastingzaak
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën en de Staat over naheffingsaanslagen in de belasting van personenauto's en motorrijwielen. Na eerdere uitspraken van de Rechtbank Gelderland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte bepaalde vergoedingen had afgewezen, met name de vergoeding van wettelijke rente over griffierecht en de hoogte van de immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad verhoogde de immateriële schadevergoeding tot €3.000 en bepaalde dat wettelijke rente vanaf vier weken na uitspraak van de respectievelijke instanties verschuldigd is indien betaling uitblijft.
Daarnaast werden de Staatssecretaris en de Staat veroordeeld tot vergoeding van de helft van het voor cassatie betaalde griffierecht en tot betaling van proceskosten. Hiermee wordt het belang van tijdige vergoeding van schade en kosten bij overschrijding van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke belastingzaken benadrukt.
Uitkomst: De Hoge Raad verhoogt de immateriële schadevergoeding tot €3.000 en wijst vergoeding van griffierecht inclusief wettelijke rente toe.