Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
8 oktober 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2017, waarin hij werd veroordeeld voor opzetheling van twee laptops, diefstal met behulp van valse sleutels en het voorhanden hebben van pepperspray.
De verdediging voerde een bewijsklacht aan tegen de opzetheling, stellende dat uit het bewijs niet voldoende kon worden afgeleid dat verdachte wist dat de laptops van diefstal afkomstig waren ten tijde van verwerving of bezit.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is, omdat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het cassatieberoep wordt daarom verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor opzetheling, diefstal met valse sleutels en bezit van pepperspray.