ECLI:NL:HR:2019:1626
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingproceskostenzaak
Belanghebbende heeft tegen het Dagelijks Bestuur van de Belasting-samenwerking Gouwe-Rijnland een verzoek ingediend tot veroordeling in proceskosten. Na uitspraak van de Rechtbank Den Haag en het Gerechtshof Den Haag, werd door belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeerde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools en is op 25 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.