ECLI:NL:HR:2019:1725

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2019
Publicatiedatum
7 november 2019
Zaaknummer
19/00494
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:290 BWArt. 7:292 BWArt. 7:296 BWArt. 7:297 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte en tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten

In deze zaak staat de beëindiging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte centraal. De verhuurder, Unibail-Rodamco Nederland Winkels B.V., heeft een vordering ingesteld tot beëindiging van de huurovereenkomst met de huurders. De huurders hebben tegen eerdere arresten van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.

Een belangrijk punt in cassatie betrof de door het hof toegekende tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten, met name de kosten van een alarminstallatie. De Hoge Raad constateert dat het hof bij de berekening van deze kosten niet volledig is ingegaan op de post van de alarminstallatie, waardoor het toegewezen bedrag lager was dan volgens de Advocaat-Generaal had moeten zijn. Unibail heeft het verschil inmiddels aan de huurders voldaan, waardoor het belang bij vernietiging van het arrest ontbreekt.

De overige klachten van de huurders leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De Hoge Raad bepaalt een nieuwe einddatum van de huurovereenkomst op 1 januari 2020 en veroordeelt de huurders tot ontruiming van de gehuurde ruimte. Tevens worden zij veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de huurovereenkomst eindigt op 1 januari 2020 met veroordeling tot ontruiming en kostenbetaling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/00494
Datum8 november 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiseres 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
tegen
UNIBAIL-RODAMCO NEDERLAND WINKELS B.V.,
gevestigd te Haarlemmermeer, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Unibail,
advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. P.A. Fruytier.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 5129425 RL EXP 16-16218 van de kantonrechter te Den Haag van 14 maart 2017;
b. de arresten in de zaak 200.213.703/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 april 2017, 25 juli 2017, 20 maart 2018 en 20 november 2018.
[eisers] hebben tegen de arresten van het hof van 20 maart 2018 en 20 november 2018 beroep in cassatie ingesteld. Unibail heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep (ingeval het uitgangspunt in de conclusie onder 2.33 juist is), en het vaststellen van een nieuwe datum en een nieuw tijdstip als in de conclusie onder 2.36 vermeld.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
De Hoge Raad heeft kennis genomen van de brief van mr. N.C. van Steijn van 23 september 2019.

2.Uitgangspunten en feiten

Het gaat in deze zaak, kort gezegd, om beëindiging van een huurovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte. Unibail heeft als verhuurster een daartoe strekkende vordering ingesteld jegens [eisers] In cassatie is onder meer aan de orde de door het hof aan [eisers] toegekende tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in art. 7:297 lid 1 BW Pro.

3.Beoordeling van het middel

3.1.1
Onderdeel 7 van het middel klaagt, samengevat, dat het hof bij de behandeling van de verhuis- en inrichtingskosten niet is ingegaan op de post met betrekking tot de alarminstallatie.
3.1.2
Unibail heeft zich wat betreft onderdeel 7 gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.
3.1.3
De kantonrechter heeft ter zake van de kosten van de alarminstallatie een bedrag van
€ 1.500,-- toegewezen. Het hof had, gelet op de door het hof in rov. 22 en 23 van zijn eindarrest gekozen uitgangspunten, voor de kosten van de alarminstallatie een bedrag van € 4.800,-- moeten toewijzen, derhalve € 3.300,-- meer dan het door de kantonrechter toegewezen bedrag (zie voor de berekening de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.31 en 2.32).
3.1.4
Tussen partijen staat vast dat Unibail het bedrag van € 3.300,-- inmiddels aan [eisers] heeft voldaan. Blijkens de gedingstukken heeft Unibail op 14 februari 2019 een bedrag van € 300,-- betaald en op 8 mei 2019 het resterende bedrag van € 3.000,--. Dit brengt mee dat onderdeel 7 weliswaar terecht is voorgesteld, maar dat [eisers] – mede gelet op hetgeen hierna in 3.2 wordt overwogen – geen belang hebben bij vernietiging van het eindarrest van het hof.
3.2
De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.3
Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.
3.4
[eisers] zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Daarbij is in aanmerking genomen dat Unibail zich wat betreft onderdeel 7 heeft gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- bepaalt als datum waarop de huurovereenkomst tussen Unibail en [eisers] zal eindigen 1 januari 2020;
- veroordeelt [eisers] om uiterlijk 1 januari 2020 te 0.00 uur de gehuurde ruimte aan de [vestigingsplaats], in winkelcentrum Leidsenhage, te verlaten en te ontruimen met al het hare en de haren, (onder)huurders of gebruikers inbegrepen, en leeg en ontruimd en in goede staat en behoorlijk schoongemaakt en onder afgifte van de sleutels aan Unibail ter beschikking te stellen;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Unibail begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
8 november 2019.