Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats], België,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
8 november 2019.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 april 2018, betreffende een geschil over een borgtocht door een directeur-grootaandeelhouder (DGA) voor de schuld van een opdrachtgevende besloten vennootschap (BV) in het kader van een bouwproject. De borgtocht was overeengekomen op basis van een tussentijdse afrekening tussen partijen.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere uitspraken van de voorzieningenrechter en het gerechtshof. De klachten van eiser in het cassatiemiddel worden niet ontvankelijk geacht om inhoudelijk te worden behandeld, aangezien zij geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen, conform artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaten van eiser schriftelijk hebben gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.