Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Toute perte éventuelle sur le projet sera supporté exclusivement par LA PALETTE[Domaine – AG]
."
aan [verweerster] per 31 december 2012
LA PALETTE s'engage à ce que l'ensemble des appartements soient vendus, au plus tard, dans les 12 mois de la fin des travaux de manière à ce que le décompte final puisse être établi.”
primairopheffing van de hiervoor onder (x) genoemde conservatoire (derden)beslagen en
subsidiairveroordeling van [verweerster] om de hiervoor onder (x) genoemde conservatoire beslagen binnen twee dagen na het wijzen, dan wel het betekenen, van het vonnis op te heffen op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag dat [verweerster] daarmee in gebreke blijft, dit alles met veroordeling van [verweerster] in de kosten van de procedure.
2.Bespreking van het cassatieberoep
middelis gericht tegen het oordeel van het hof (rov. 6.5.4, 2e alinea, slot) dat in het licht van de kaderovereenkomst
de aanvullende overeenkomstwaarin Domaine en [verweerster] in onderling overleg vaststelden welk bedrag Domaine aan [verweerster] verschuldigd was in verband met de afronding van fase 1 van het project,
moet worden aangemerkt als een overeenkomst die is aangegaan ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijfvan de vennootschap (zie p.i. onder 4 en 8).
(a), (b)en
(c) gestelde miskenningen corresponderende – middelonderdelen.
een declaratoire rechtshandeling [is] waardoor Domaine niet meer of andere verplichtingen op zich heeft genomen dan die op grond van de kaderovereenkomst reeds op haar rustten.”
vaststellingsovereenkomstis voor zover in die overeenkomst de schuld van Domaine aan [verweerster] uit hoofde van de eerste fase wordt bepaald (vgl. art. 7:900 BW Pro). Met die overeenkomst hebben partijen een meningsverschil over het [verweerster] uit hoofde van fase 1 toekomende bedrag beëindigd door dit bedrag te bepalen op € 905.362. Een vaststellingsovereenkomst ter zake van de omvang van een vordering van de ene op de andere partij is geen declaratoire rechtshandeling (p.i. onder 9-10).
vaststellingsovereenkomstverplichten partijen zich om zich naar de nieuwe, door hen overeengekomen rechtstoestand te gedragen, [17] althans om deze rechtstoestand tot stand te brengen. [18] De vaststellingsovereenkomst is een obligatoire overeenkomst in de zin van artikel 6:213 BW Pro, waarop in beginsel de regels omtrent de obligatoire overeenkomst van toepassing zijn en eventueel de regels omtrent de wederkerige overeenkomst, namelijk voor zover de vaststellingsovereenkomst (ook) als wederkerige overeenkomst kwalificeert. [19]
beslissingis de rechtshandeling die leidt tot de nieuwe rechtstoestand. [20] De beslissing voorkomt of beëindigt de onzekerheid of het geschil; zij houdt in wat de rechtsverhouding of rechtstoestand tussen de partijen moet zijn. [21] De beslissing kan op grond van artikel 7:900 lid 2 BW Pro worden genomen door partijen gezamenlijk, door een van de partijen of door een derde. Als partijen de beslissing gezamenlijk nemen, zal de beslissing doorgaans samenvallen met de vaststellingsovereenkomst.
vaststellingis de term die wordt gebruikt voor de nieuwe rechtstoestand die door de nakoming van de op de vaststelling gerichte verbintenissen wordt bewerkstelligd. [22] Afhankelijk van de inhoud van de vaststelling kunnen nadere (rechts)handelingen vereist zijn om de nieuwe rechtstoestand te verwezenlijken. [23]
Verschuldigd bedragop basis vande constructiekosten en bepaalde daarmee verbonden kosten voorgeschoten door [verweerster] ”, waarbij ter onderbouwing van dit bedrag wordt verwezen naar annex 1 en 2. [29] In deze bijlagen bij de aanvullende overeenkomst staat een overzicht van de kosten en opbrengsten op basis waarvan het door Domaine aan [verweerster] verschuldigd bedrag is berekend.
berekenen. Partijen hebben een overzicht opgesteld van de gemaakte kosten en gerealiseerde opbrengsten (zie annex 1 en 2 bij de aanvullende overeenkomst) en op basis daarvan de schuld van Domaine aan [verweerster] opgemaakt en vastgelegd in de aanvullende overeenkomst. Uit de stellingen van partijen volgt naar mijn mening niet dat Domaine en [verweerster] onderhandelingen hebben gevoerd over de hoogte van de schuld en uiteindelijk overeenstemming hebben bereikt – een
beslissinghebben genomen – over de
vaststellingvan ‘een bepaald bedrag’. Er is met die overeenstemming geen nieuwe rechtstoestand ontstaan (die mogelijk afwijkt van de bestaande rechtstoestand), zoals bij een vaststellingsovereenkomst het geval is. Partijen hebben daarentegen op basis van de feiten vastgesteld wat daadwerkelijk rechtens tussen hen gold.
rechtsklachtdie er in de kern op neerkomt dat het hof heeft miskend dat het bij de beantwoording van de vraag of de rechtshandeling waarop de borgtocht van [eiser] betrekking heeft, behoort tot de normale bedrijfsuitoefening van Domaine, de door [eiser] aangevoerde omstandigheden moest betrekken waaruit volgt dat Domaine met het sluiten van de aanvullende overeenkomst en de samenhangende garantieovereenkomst – naast de vaststelling van haar schuld aan [verweerster] – (ook overigens) een
verzwaringvan haar contractspositie heeft aanvaard. Deze zou erin bestaan dat (i) zij afstand deed van haar rechten wegens het feit dat [verweerster] fase 2 te laat was gestart en (ii) haar eigen participatie achterstelde door aan [verweerster] extra zekerheden te verstrekken, hetgeen zou hebben geresulteerd in een eenzijdige uitbreiding van de rechten van [verweerster] uit de kaderovereenkomst ten laste van Domaine. [34]
motiveringsklachtis het oordeel van het hof onbegrijpelijk. Zonder nadere motivering zou niet inzichtelijk zijn waarom de door [eiser] aangevoerde omstandigheden de contractuele positie van Domaine – zoals het hof heeft aangenomen – niet zouden hebben verzwaard respectievelijk waarom de uitzonderlijke (immers ongebruikelijke) aanvullende overeenkomst niettemin moet worden geacht te zijn aangegaan in het kader van de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap.
mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van die vennootschap. Op grond van vaste rechtspraak moet die laatste zinsnede als volgt worden uitgelegd (met mijn cursivering):
rechtshandeling waarvoorzekerheid wordt verstrekt, zelf behoort tot de rechtshandelingen die ten behoeve van de normale uitoefening van een bedrijf plegen te worden verricht (vgl. HR 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2632, NJ 2006/96, rov. 3.5; HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3606, NJ 2016/29, rov. 4.2).” [36]
€ 905.362, hoewel zij het daarmee op grond van haar eigen berekeningen absoluut niet eens was.”
onderdeel 3(als uitgewerkt en toegelicht in p.i. par. (vi) onder 16-17) klaagt [eiser] , onder verwijzing naar het arrest
Rabo/Y, dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting als het hof heeft gemeend dat de omstandigheden waaronder [eiser] zich borg heeft gesteld, niet relevant zijn. Als het hof is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting, zou zijn oordeel niet begrijpelijk zijn.
Rabo/Y [41] dat bij de beoordeling of een rechtshandeling tot de normale bedrijfsuitoefening kan worden gerekend, mede belang kan toekomen aan omstandigheden die de borgstelling betreffen.
Rabo/Y– borgstelling als absolute voorwaarde voor een laatste reddingspoging (tijdelijke continuering van het krediet) – ontbreekt.