ECLI:NL:HR:2019:1743

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 november 2019
Publicatiedatum
8 november 2019
Zaaknummer
16/01206
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 209 SrArt. 359a Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest bewijsuitsluiting en verwijzing in zaak valse bankbiljetten

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen en medeplichtigheid aan het in voorraad hebben van valse bankbiljetten, strafbaar gesteld in art. 209 Sr Pro. Het Gerechtshof Den Haag sprak de verdachte vrij vanwege bewijsuitsluiting op grond van een onherstelbaar vormverzuim, namelijk het niet tijdig en naar behoren informeren van de verdachte over de inzet van een informant.

Het Openbaar Ministerie stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn beslissing onvoldoende had gemotiveerd. Het hof had niet duidelijk gemaakt waarom het herstelde vormverzuim vóór de inhoudelijke behandeling toch het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling had geschaad. Ook was het oordeel over het verkregen bewijsmateriaal ontoereikend onderbouwd.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. De zaak betreft een vervolg op eerdere jurisprudentie en sluit aan bij eerdere arresten over bewijsuitsluiting en vormverzuim.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest bewijsuitsluiting en verwijst zaak naar Gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer16/01206
Datum12 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Arnhem, van 17 november 2015, nummer 21/002877-10, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1
Het middel klaagt dat het Hof zijn beslissing om bewijsuitsluiting toe te passen en de verdachte bijgevolg vrij te spreken heeft gebaseerd op ontoereikende of onbegrijpelijke gronden.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de arresten van de Hoge Raad van 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2777, ECLI:NL:HR:2016:2778 en ECLI:NL:HR:2016:2779, is het middel terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 november 2019.