Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbehelst de klacht dat het hof zijn beslissing om bewijsuitsluiting toe te passen en de verdachte bijgevolg vrij te spreken heeft gebaseerd op ontoereikende of onbegrijpelijke gronden. Aan het middel is ten grondslag gelegd dat de vrijspraak van de verdachte op dezelfde gronden berust als de in de zaken tegen de medeverdachten [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] door het hof gegeven vrijspraken, terwijl de Hoge Raad op 6 december 2016 de in de zaken van die medeverdachten gewezen arresten van het hof heeft vernietigd en de zaken heeft verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.