ECLI:NL:HR:2019:1752

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 november 2019
Publicatiedatum
11 november 2019
Zaaknummer
18/00985
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 2 Opiumwet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak aanwezigheid hennep onder auto

De zaak betreft het aanwezig hebben van hennep, waarbij verdachte een tas met gedroogde henneptoppen onder een geparkeerde auto zou hebben gelegd. Het hof Den Haag heeft verdachte veroordeeld op basis van deze feiten.

Verdachte stelde onder meer dat er sprake was van onherstelbaar vormverzuim omdat de politie zonder wettelijke basis een postpakket met flessen wijn had geopend. Tevens voerde hij aan dat de waarneming van de verbalisant, dat verdachte de tas onder de auto had gelegd, niet mogelijk was geweest. Ook werd een verzoek om het horen van verbalisanten als getuigen afgewezen.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/00985
Datum12 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 februari 2018, nummer 22/005281-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 november 2019.