Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelbehelst de klacht dat de verwerping door het hof van het in hoger beroep gevoerde verweer dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim dat dient te leiden tot strafvermindering onvoldoende met redenen is omkleed.
tweede middelbehelst twee klachten. Het bevat allereerst de klacht dat de verwerping door het hof van het verweer dat de waarneming van verbalisant [verbalisant 3] niet mogelijk is geweest, berust op een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk is. De tweede klacht houdt in dat de afwijzing van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] te horen als getuigen onvoldoende met redenen is omkleed.
De verdachte heeft ter terechtzitting tegenover het hof verklaard dat hij een oranje tas bij zich had en die al lopend op enig moment bij zich heeft gestoken.
Het hof heeft geen redenen om te twijfelen aan de waarneming van verbalisant [verbalisant 3] . De door de verdediging ter terechtzitting getoonde beelden hebben het hof niet overtuigd dat verbalisant [verbalisant 3] niet heeft kunnen zien dat de verdachte al lopend de tas onder een auto legde. Het verweer wordt verworpen.