ECLI:NL:HR:2019:1753

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 november 2019
Publicatiedatum
11 november 2019
Zaaknummer
18/01199
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 lid 1 sub 5 SrArt. 310 SrArt. 3.C OpiumwetArt. 588a.1.b SvArt. 588.1.b.2 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in diefstalzaak met discussie over adresopgave dagvaarding

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake diefstal van een fiets door verbreking, diefstal van een zak snoep en het aanwezig hebben van hennep. Centraal stond de vraag of het uitreiken van de appeldagvaarding aan een huisgenoot op het BRP-adres van de verdachte voldeed aan de vereisten van art. 588a.1.b Sv.

Het hof had geoordeeld dat het adres van de nachtopvang van het Leger des Heils, hoewel niet het BRP-adres ten tijde van het onderzoek, wel als feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte kon worden aangemerkt volgens art. 588.1.b.2 Sv, maar niet als adres in de zin van art. 588a.1.b Sv. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het middel van cassatie niet tot cassatie kan leiden.

De Hoge Raad acht geen nadere motivering nodig omdat het middel geen rechtsvragen oproept die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moeten worden. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01199
Datum12 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 maart 2018, nummer 20/003673-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 november 2019.