ECLI:NL:HR:2019:1777
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- L.F. van Kalmthout
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkstelling voor nageheven omzetbelasting
Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor de nageheven omzetbelasting van een vennootschap over de periode van 1 juli 2003 tot en met 31 oktober 2004. Tegen deze beschikking werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat uitspraak deed in september 2018.
De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden aangevoerd. Belanghebbende voerde verweer en stelde voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het voorwaardelijke incidentele beroep verviel omdat het alleen ingesteld was voor het geval het principale beroep zou slagen, wat niet het geval was. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 15 november 2019 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling blijft in stand.