ECLI:NL:HR:2019:1781
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid inspecteur tot naheffing na ambtshalve teruggaaf belasting in strijd met beleid
De zaak betreft een beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd aan belanghebbende over de jaren 2008 tot en met 2011.
De kern van het geschil is of de inspecteur bevoegd is om belasting na te heffen die ambtshalve is teruggegeven op grond van artikel 65 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), ook indien die teruggaaf in strijd is met het beleid van de staatssecretaris zoals neergelegd in het Besluit ambtshalve verminderen of teruggeven.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 20 AWR Pro de inspecteur slechts bevoegd maakt om te naheffen indien te weinig belasting is betaald die op aangifte had moeten worden voldaan. Deze bevoegdheid strekt niet tot naheffing van bedragen die zijn teruggegeven, ook niet als die teruggaaf niet in overeenstemming is met het beleid van de Belastingdienst.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat ambtshalve teruggegeven belasting niet kan worden nageheven op grond van artikel 20 AWR Pro, ook niet bij strijd met beleidsregels.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt dat de inspecteur niet bevoegd is tot naheffing van ambtshalve teruggegeven belasting.