Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2009. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en stelde tevens incidenteel cassatieberoep in. Belanghebbende liet zich bijstaan door mr. F.H.H. Sijbers.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden. Artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte nadere motivering overbodig omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Ten aanzien van proceskosten werd geen veroordeling opgelegd aan belanghebbende in het principale beroep, maar de Staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van de kosten in het incidentele beroep, vastgesteld op €1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het arrest werd gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2019.