Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 4 maart 2019
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ter zake van de aanslagen IB/PVV over 2010 en 2013 gegrond;
- vernietigt de desbetreffende uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2010 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 490.152 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 1.084.583;
- vermindert de desbetreffende beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- vermindert de boete over het jaar 2010 tot € 180;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2013 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 150.769;
- vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- verklaart de beroepen ter zake van de aanslagen ZVW over 2010 en IB/PVV over 2011 ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de boetebeschikking over het jaar 2011;
- vermindert de boete over het jaar 2011 tot € 295;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.532;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 92 aan eiser dient te vergoeden.
mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechters, in tegenwoordigheid van M. Brouwer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 4 maart 2019
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;