Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.Eerdere herzieningsaanvraag
3.De aanvraag tot herziening
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
19 november 2019.
Hoge Raad
De aanvrager heeft een aanvraag tot herziening ingediend tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uit 2014, waarin hij veroordeeld werd voor valsheid in geschrift en passieve niet-ambtelijke omkoping. De veroordeling omvatte onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete.
De Hoge Raad heeft eerder een cassatieberoep tegen dit arrest niet-ontvankelijk verklaard en ook een eerdere herzieningsaanvraag afgewezen. In de huidige aanvraag stelt de aanvrager dat nieuwe informatie over zijn financiële positie het hof tot een lagere boete zou hebben gebracht.
De Hoge Raad oordeelt dat deze informatie geen nieuw gegeven is in de zin van art. 457.1.c Sv, omdat het geen aanleiding geeft tot toepassing van een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de eerdere veroordeling.