Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 november 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die samen met zijn zoon en zwager een minderjarige scholier heeft geschopt en geslagen in een schoolgebouw, na een eerdere ruzie met zijn zoon. Het hof had de verdachte veroordeeld voor openlijke geweldpleging op grond van artikel 141 Sr Pro, waarbij het geweld binnen het schoolgebouw plaatsvond.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het geweld in het schoolgebouw als 'openlijk' moet worden aangemerkt. Hierbij verwijst de Hoge Raad naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2018:20) waarin de betekenis van 'openlijk' is verduidelijkt. De onvoldoende motivering leidt tot vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het hoger beroep op basis van het bestaande dossier. De uitspraak is gedaan op 5 november 2019 door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.