ECLI:NL:HR:2019:1835

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2019
Publicatiedatum
20 november 2019
Zaaknummer
19/02451
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 295 lid 1 FwArt. 295 lid 6 FwArt. 22a Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake omvang boedel in WSNP en levensverzekering volgens Faillissementswet

De zaak betreft een cassatieberoep van verzoeker tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 7 mei 2019, waarin het ging om de omvang van de boedel in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) en de vraag of sprake is van een levensverzekering zoals bedoeld in artikel 22a van de Faillissementswet (Fw).

De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank voor het geding in feitelijke instantie en neemt kennis van de conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het cassatieberoep strekt. De klachten die in het middel zijn aangevoerd, worden niet ontvankelijk verklaard omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besluit daarom het cassatieberoep te verwerpen. De beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens (voorzitter), M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer C.E. du Perron op 22 november 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/02451
Datum22 november 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: verzoeker,
advocaat: mr. J. van Weerden.
1.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/01/18/95 R van de rechtbank Oost-Brabant van 7 mei 2019.
Verzoeker heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
22 november 2019.