Conclusie
Mbt afkoop/overname polissen
1.Overdracht levensverzekeringen.
2.Inleidende beschouwingen
De door [eiser] ingestelde vordering
[...] /Linssen q.q. [28] voortvloeiende strikte toepassing van de uitzonderingen op de hoofdregel van art. 20 Fw Pro [29] . In art. 22a lid 1 Fw wordt onredelijke benadeling van de failliete verzekeringnemer/begunstigde als horde geplaatst voor de curator die wil afkopen of de begunstiging wil wijzigen, te beoordelen door de r-c, maar die horde is in art. 22a lid 2 Fw niet geplaatst voor overdracht: daar is de in beginsel zwaardere vorm van toestemming van de verzekeringnemer voor vereist. Vergelijk voor deze lijn Kalkman in zijn annotatie onder deze uitspraak:
best practicewordt beleefd [37] , zijn op dit punt wel enige nadere aanwijzingen te vinden over informatieplichten van de curator aan de gefailleerde (cursiveringen A-G):
Ook ten opzichte van de schuldenaarhandelt de curator in overeenstemming met deze grondbeginselen. De curator streeft er naar het faillissement zo transparant mogelijk af te wikkelen, zolang dit de belangen van de boedel niet schaadt.
Indien nodig, wijst de curator bij het faillissement betrokken partijen, inclusief de schuldenaar, op hun rechten.” (toelichting bij art. 1.1)
Hij betracht daarbij zoveel mogelijk openheid jegens de gefailleerde of diens bestuur,
Transparantie vergt dat zoveel mogelijk belanghebbenden kennis kunnen nemen van voor hen relevante feiten en omstandigheden over het faillissement. Het selectief en zonder reden achterhouden van informatie door de curator zou voorkomen moeten worden.
3.Bespreking van het cassatieberoep
ius constituendum; waarom zou de eis van onredelijke benadeling niet ook behoren te gelden voor het ten opzichte van afkoop en begunstigingswijziging verdergaande overdragen?), lijkt dit niet de huidige stand van het recht te zijn, gelet op de manier waarop Uw Raad tot nu toe vasthoudt aan het strikt interpreteren van de uitzonderingen in art. 21 en Pro 22a Fw op de hoofdregel van art. 20 Fw Pro. Uit mijn inleidende beschouwingen volgt dat de onredelijke benadelingstoets uitsluitend dient te worden aangelegd bij afkoop en wijziging van de begunstiging van de levensverzekering, niet bij overdracht, waarvoor het op zich verdergaande vereiste van schriftelijke toestemming van de verzekeringnemer geldt (in gelijke zin s.t. curator 3.2.20). Dat de ratio voor dit onderscheid niet uit de parlementaire geschiedenis te halen valt, klopt, zoals we hebben gezien. Het doel om bescherming te bieden tegen uitwinning van levensverzekeringen met een verzorgingskarakter wordt bij overdracht zodoende langs een andere weg gewaarborgd, namelijk doordat overdracht uitsluitend kan plaatsvinden met toestemming van de gefailleerde. Dat zal in veel gevallen volstaan, maar niet als wordt toegestemd zonder het stelsel goed te doorgronden, zoals in onze zaak lijkt te zijn gebeurd. Het is maar waar men voor kiest.
in fine) en 9.7.5 niet in stand blijven. Dit heeft geen zelfstandige betekenis en kan onbesproken blijven.
besides the point.
in fine, dat de curator jegens [eiser] niet onrechtmatig gehandeld heeft door [eiser] niet eigener beweging nader te informeren onjuist en/of onbegrijpelijk is voor zover het berust op het oordeel:
subonderdeel 2.3.1is door [eiser] duidelijk gesteld dat het initiatief tot afkoop van een levensverzekering (de Delta Lloyd-polis) uitging van de curator en [eiser] vervolgens informeerde of er mogelijkheden waren om de polissen in stand te houden, daarbij aangevend dat het hem om zijn pensioenvoorziening te doen was, waarbij hij met het oog op het behoud daarvan heeft voorgesteld tot overdracht aan zijn vrouw over te gaan. In het bestreden oordeel is volgens de klacht miskend dat een curator, die aanstuurt op afkoop van levensverzekeringen met een verzorgingskarakter zonder erbij te zeggen dat dat op grond van art. 22a Fw mogelijk aan beperkingen onderhevig is, niet vervolgens de overdracht daarvan mag faciliteren als die overdracht tot stand komt als reactie op dit afkoopinitiatief en de schuldenaar daarmee instandhouding van zijn oudedagsvoorziening beoogt, althans dat dat niet kan zonder eerst te onderzoeken of de schuldenaar die daarin toestemt zich wel realiseert dat hij mogelijk beschermd wordt doordat levensverzekeringen met een verzorgingskarakter niet (integraal) afgekocht kunnen worden.