ECLI:NL:HR:2019:1859

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2019
Publicatiedatum
27 november 2019
Zaaknummer
18/04576
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake onverschuldigde betaling en bewijslastomkering

De Stichting (Huid)Kliniek Zuid (HKZ c.s.) heeft cassatieberoep ingesteld tegen arresten van het gerechtshof Den Haag in een geschil met de zorgverzekeraars DSW c.s. Het geschil betreft onverschuldigde betaling en de omkering van de bewijslast in het verbintenissenrecht.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam en arresten van het gerechtshof Den Haag. De klachten van HKZ c.s. in het cassatieberoep worden niet ontvankelijk verklaard omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het cassatieberoep wordt verworpen en HKZ c.s. worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gedaan door de raadsheren van de Hoge Raad op 29 november 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep van HKZ c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/04576
Datum29 november 2019
ARREST
In de zaak van
1. DE STICHTING (HUID)KLINIEK ZUID,
gevestigd te Rotterdam,
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats]
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: HKZ c.s.,
advocaat: mr. J.P. Heering,
tegen
1. DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ DSW ZORGVERZEKERAAR U.A.,
gevestigd te Schiedam,
2. DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ O.W.M. STAD HOLLAND ZORGVERZEKERAAR U.A.,
gevestigd te Schiedam,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: DSW c.s.,
advocaat: mr. K. Teuben.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/10/450229 / HA ZA 14-475 van de rechtbank Rotterdam van 23 juli 2014, 21 januari 2015 en 22 juli 2015;
b. de arresten in de zaak 200.175.125/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2015, 9 mei 2017 en 31 juli 2018.
HKZ c.s. hebben tegen de arresten van het hof van 9 mei 2017 en 31 juli 2018 beroep in cassatie ingesteld. DSW c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor HKZ c.s. mede door mr. J.L. Luiten en voor DSW c.s. mede door mr. M.H.K. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt HKZ c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DSW c.s. begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien HKZ c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
29 november 2019.