ECLI:NL:HR:2019:1872
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing 2% overdrachtsbelasting bij verkrijging van appartementsrecht in voormalig kantoorgebouw bestemd voor bewoning
Belanghebbende en haar echtgenoot verwierf in 2016 een appartementsrecht in een voormalig bedrijfs- en kantoorpand te [Z], dat door een omgevingsvergunning was bestemd voor bewoning. Diverse bouwkundige voorzieningen waren reeds getroffen, zoals entrees, liften, trappen, galerijen en aansluitingen voor water en riool. De ruimte werd aangeduid als een 'kluskavel', waarbij de kopers nog zelf scheidingswanden, keuken, badkamer en andere woonvoorzieningen moesten aanbrengen.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verkrijging van dit appartementsrecht kwalificeert als de verkrijging van een woning in de zin van artikel 14, lid 2, Wet op belastingen van rechtsverkeer, waardoor een lager tarief van 2% overdrachtsbelasting van toepassing zou zijn in plaats van 6%.
Het Gerechtshof Den Haag had deze vraag bevestigend beantwoord, waarna de Staatssecretaris van Financiën cassatie instelde. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De Hoge Raad verwees tevens naar een gelijktijdig gewezen arrest (nr. 18/04593) waarin soortgelijke rechtsopvattingen zijn bevestigd.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en legde aan de Staatssecretaris een griffierecht op. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren op 29 november 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het lagere tarief van 2% overdrachtsbelasting is van toepassing.