ECLI:NL:HR:2019:1887

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2019
Publicatiedatum
2 december 2019
Zaaknummer
18/03535
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 420ter SrArt. 420bis.1.b Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen gewoontewitwassen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen, zoals omschreven in artikel 420ter juncto 420bis.1.b van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte, vertegenwoordigd door advocaten uit Utrecht, stelde een middel van cassatie voor. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Dit oordeel werd genomen zonder nadere motivering, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee blijft het vonnis van het gerechtshof in stand en wordt het cassatieberoep van de verdachte verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/03535
Datum3 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2018, nummer 22/002732-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van Schaik en S.D. Groen, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2019.