ECLI:NL:HR:2019:1891

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2019
Publicatiedatum
3 december 2019
Zaaknummer
18/02491
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 151 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak medeplegen wegmaken lijk in IJ-meer

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van het wegmaken van een lijk dat in 2009 in het IJ-meer te Amsterdam werd aangetroffen. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De advocaat van de verdachte diende een middel van cassatie in, maar de Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel geen aanleiding gaf tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 10 december 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02491
Datum10 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2018, nummer 23/001839-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2019.