Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat het medeplegen van het verbergen, wegvoeren en wegmaken van een lijk met het oogmerk om het feit en de oorzaak van het overlijden te verhelen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, dan wel dat verzuimd is uitdrukkelijk te beslissen op het verweer dat verzoeker hooguit een begunstigingsdelict heeft gepleegd welk delict niet als een uitvoeringshandeling van art. 151 Sr Pro kan worden aangemerkt. Het arrest zou om deze redenen onvoldoende met redenen zijn omkleed.
Inleiding
Wat betreft hetgeen wordt aangevoerd ter zake van de in art. 189 lid 3 Sr Pro genoemde strafuitsluitingsgrond merk ik slechts op dat deze bepaling ziet op begunstiging van naaste familie, hetgeen zich in deze zaak niet voordoet.