ECLI:NL:HR:2019:1903

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2019
Publicatiedatum
4 december 2019
Zaaknummer
18/04167
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 302 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak zware mishandeling met gehoor- en gebitsschade

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 30 maart 2018, waarin hij werd veroordeeld voor zware mishandeling. De mishandeling bestond uit meermalen slaan tegen het hoofd van het slachtoffer, waardoor deze blijvende schade aan gehoor en gebit opliep.

In cassatie werd onder meer aangevoerd dat het hof ten onrechte een verklaring van een medewerker van Slachtofferhulp Nederland als bewijs had meegewogen, terwijl deze niet als getuige was beëdigd. De Hoge Raad oordeelde dat dit geen reden was om het cassatieberoep toe te laten, omdat het middel niet tot cassatie kon leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

De Hoge Raad bevestigde hiermee het oordeel van het hof en verwierp het beroep van verdachte zonder nadere motivering. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 10 december 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04167
Datum10 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 30 maart 2018, nummer 23/003067-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2019.