Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
zware mishandeling”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals vermeld in het bestreden arrest.
middelbehelst de klacht dat het hof bij de beoordeling van het bewijs acht heeft geslagen op de door een medewerker van Slachtofferhulp Nederland ter terechtzitting afgelegde verklaring terwijl zij niet als getuige was beëdigd.
2.4. Als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van de vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is, kunnen in elk geval worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. (Vgl. onder meer HR 16 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5802, NJ 2000/510.) De beoordeling kan ook op een combinatie van deze gezichtspunten worden gebaseerd. Bij een veelvoud van verwondingen kan in voorkomende gevallen de beoordeling worden betrokken op de verwondingen in hun totaliteit (vgl. HR 15 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5618).
tot op heden nog onder behandeling staat van een tandartsalsmede dat de aangever sinds het incident last heeft op oorsuizen waarvoor geen behandeling mogelijk is en waarvan de aangever blijvende hinder zal ondervinden. Uit de overwegingen van het hof kan dan ook worden afgeleid dat het hof (onder meer) de omstandigheid dat de aangever tot op heden nog onder behandeling staat van een tandarts redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring van het zwaar lichamelijk letsel.
zwaarkan worden aangemerkt. [3] De verdachte heeft dan ook onvoldoende belang bij het slagen van zijn klacht.