ECLI:NL:HR:2019:1957
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hoger beroep was behandeld over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en bijbehorende boetebeschikkingen en heffingsrente voor de jaren 2009, 2010 en 2011.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand en is de procedure definitief afgesloten.
De uitspraak is gedaan door raadsheer Wortel als voorzitter en raadsheren Beukers-van Dooren en Cools, in aanwezigheid van waarnemend griffier Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.