Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 maart 2021 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- zijn de beroepen van eiseres inzake de belastingjaren 2014 en 2015 ontvankelijk?
- heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de aanslag ib/pvv inzake het belastingjaar 2013 terecht niet-ontvankelijk verklaard?
- is 2012 en voor 2014 en 2015 (indien de beroepen ontvankelijk zijn) sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast en zo ja, is er sprake is van een redelijke schatting van:
- heeft eiseres recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting?
- zijn de opgelegde verzuimboetes terecht, en passend en geboden?
Beslissing
- verklaart de beroepen inzake de belastingjaren 2012 en 2013 ongegrond;
- verklaart de beroepen inzake de belastingjaren 2014 en 2015 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar inzake de belastingjaren 2014 en 2015;
- vermindert de aanslag ib/pvv 2014 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 32.463 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 77.080;
- vermindert de aanslag ib/pvv 2015 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 32.823 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 88.890;
- vermindert de belastingrente 2014 en 2015 dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar inzake de belastingjaren 2014 en 2015;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 400,50;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 47 vergoedt.