Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
17 december 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over medeplegen van valsheid in geschrift en medeplichtigheid aan overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet dieren. De verdachte maakte bezwaar tegen het oordeel van het hof over de toepassing van de grensboerenregeling.
De Advocaat-Generaal adviseerde vernietiging van het arrest uitsluitend met betrekking tot de duur van de opgelegde taakstraf, met een vermindering daarvan, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad concludeert dat het middel niet leidt tot cassatie omdat het geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.
Wel oordeelt de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn zoals bedoeld in het EVRM is overschreden, wat leidt tot vermindering van de taakstraf van 140 uren naar 133 uren, met een corresponderende vermindering van de vervangende hechtenis. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Taakstraf verminderd van 140 uren naar 133 uren wegens overschrijding redelijke termijn; beroep voor het overige verworpen.