ECLI:NL:HR:2019:1987

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
17 december 2019
Zaaknummer
17/04323
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 225 SrArt. 81c Gezondheids- en welzijnswet dierenArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering geldboete in cassatiezaak medeplegen valsheid in geschrift en medeplichtigheid dierenwelzijn

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een economische strafzaak waarbij de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en medeplichtigheid aan een overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De feiten betreffen het overbrengen van mest naar Duitsland onder de zogenoemde grensboerenregeling.

De verdachte stelde in cassatie een middel voor, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit middel niet tot cassatie kon leiden en geen nadere motivering behoefde. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest enkel voor de hoogte van de geldboete, met een voorstel tot vermindering, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat een vermindering van de opgelegde geldboete noodzakelijk maakte. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor de geldboete en stelde deze vast op €21.375,-, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 17 december 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de opgelegde geldboete tot €21.375,- wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/04323
Datum17 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 23 augustus 2017, nummer 20/004065-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering van deze geldboete in de mate die de Hoge Raad gepast voorkomt en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 22.500,-.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 21.375,- bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 december 2019.