Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
8 januari 2019.
Hoge Raad
Verdachte werd in hoger beroep door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens bedreiging, zoals omschreven in artikel 285 Sr Pro. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, vertegenwoordigd door zijn advocaat.
De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte middelen geen aanleiding gaven tot het beantwoorden van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen zonder nadere motivering. Hiermee bleef het arrest van het gerechtshof ongewijzigd van kracht. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 8 januari 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.