Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
19 februari 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake laster, smaadschrift en eenvoudige belediging door het plaatsen van artikelen en een film over de hoofdredacteur van NOS Nieuws op Twitter en een website.
De verdachte, vertegenwoordigd door advocaat T.J. Stapel, heeft een schriftuur ingediend ter onderbouwing van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend op 19 februari 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan cassatiegronden.