Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
13 juli 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2017, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor eenvoudige belediging van een NOS-hoofdredacteur door het plaatsen van beledigende artikelen op een internetsite in 2014.
De aanvrager stelde dat nieuwe mediaberichten uit 2021, waarin een medewerker van de NOS werd beschuldigd van seksueel wangedrag en de hoofdredactie hiervan op de hoogte zou zijn zonder maatregelen te nemen, een grond voor herziening vormden. Volgens hem zou het hof bij kennis hiervan tot ontslag van alle rechtsvervolging zijn gekomen.
De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe informatie geen ernstig vermoeden wekt dat het hof anders zou hebben geoordeeld, omdat de bewezenverklaarde uitlatingen uit 2014 geen verband houden met de mediaberichten van 2021 of de reactie van de hoofdredactie. De aanvraag tot herziening werd daarom afgewezen.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Borgers, van Strien en Röttgering en uitgesproken op 13 juli 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor eenvoudige belediging.