Belanghebbende, een B.V., stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 17 april 2018, dat het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland betrof. Het geschil ging over een naheffingsaanslag loonheffingen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente over de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2012.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. Op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard. Het arrest werd gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2019.