Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonheffingen over de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013, inclusief beschikkingen over heffings- en belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland en hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand.