ECLI:NL:HR:2019:305

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2019
Publicatiedatum
4 maart 2019
Zaaknummer
18/01294
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in doodslagzaak Lelystad met discussie over daderschap en opzet

De zaak betreft een doodslag op een vrouw met wie de verdachte een buitenechtelijke relatie had in Lelystad. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld en het scenario van zelfdoding verworpen. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof en verwerpt het beroep van de verdachte. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor doodslag blijft in stand.

Uitspraak

5 maart 2019
Strafkamer
nr. S 18/01294
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 15 maart 2018, nummer 21/006510-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 maart 2019.