Conclusie
Zij heeft wel vaker voor hetere vuren gestaan ”, [19] [betrokkene 5]
: “Ze was naar mijn mening niet suïcidaal, ze kwam op mij niet depressief over de laatste keer dat ik haar zag”, [20] [getuige 3] :
“Ze kwam eigenlijk overal wel weer bovenop. Het was een levensgenieter ”, [21] [betrokkene 6] : “
Ze was heel sterk, ze liet zich niet zomaar uit het veld slaan. Het was een doorzetter ”. En over contact met [slachtoffer] een paar dagen voor het overlijden:
“Ze gedroeg zich normaal, zoals altijd vrolijk en spontaan ” [22] en [betrokkene 7] :
“iemand heeft mij gevraagd of [slachtoffer] misschien zelfdoding heeft gepleegd. Ik moest daar enorm om lachen. Hoe dieper [slachtoffer] in de put zat, hoe harder ze vocht om daar weer uit te komen ”. [23] Ook de moeder van [slachtoffer] , [betrokkene 8] , heeft verklaard dat [slachtoffer] een levensgenieter was, die weliswaar riskante dingen deed en ook tegen haar moeder open was over het hebben van een weedplantage, haar prostitutiewerk en haar relatie met een getrouwde man, maar niets wijst op een mogelijke zelfdoding. [24] Ook het eerder genoemde pinggesprek met getuige [getuige 3] , waarin [slachtoffer] aangeeft naar [getuige 3] toe te zullen gaan als verdachte niet binnen een halfuur op de gemaakte afspraak zou verschijnen, duiden niet op bij [slachtoffer] bestaande suïcidegedachten.
“Ik weet dat [verdachte] een pistool had, dat weet ik die had hij al heel lang. Hij heeft mij dat wel eens verteld. Die vrienden in het Amsterdammertje die komen daar goedkoop aan en die kopen dat van elkaar. ” [25] Deze verklaring over wapenbezit bij verdachte wordt ondersteund door de verklaring van de getuige [betrokkene 6] :
“Op die vrijdag 4 mei 2012 had ik dus die koffie naar La Gave gebracht. Ik ben toen bij [verdachte] en [slachtoffer] aan de bar beland en zijn wij wat gaan drinken. Wij dronken Apekoppies. (...) Wij praatten over van alles en nog wat. Tijdens het gesprek vertelde [verdachte] mij toen dat meerdere mensen wisten dat hij iets op zak had. Ik vroeg toen wat hij bedoelde. Hij zei toen een pistool. Hij wees naar zijn heup.” [26] Op grond van het vorenstaande stelt het hof vast dat het strafdossier meer aanwijzingen bevat dat verdachte in het bezit is geweest van een vuurwapen dan dat [slachtoffer] zich een dergelijk voorwerp zou hebben aangeschaft.
“ga nou niet in de put zitten [betrokkene 11] , hij heeft het zelf gedaan ”. [34]
In aanvulling op het arrest van het hof.
8.Het eerste middelhoudt in:
13.Het eerste middelfaalt.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, (voorwaardelijk) opzet op de dood van slachtoffer [slachtoffer]. bewezen heeft verklaard.