ECLI:NL:HR:2019:310

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2019
Publicatiedatum
5 maart 2019
Zaaknummer
18/02569
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 351 SvArt. 359 lid 3 SvArt. 361 SvArt. 423 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring medeplegen diefstal

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen diefstal. De verdediging had vrijspraak bepleit omdat volgens haar geen sprake was van een voltooide diefstal. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank waarbij de bewezenverklaring was gebaseerd op een summiere opgave van bewijsmiddelen conform art. 359 lid 3 Sv Pro.

De verdachte stelde cassatie in tegen deze bevestiging, stellende dat het hof niet zonder meer het vonnis van de rechtbank had mogen bevestigen zonder nadere motivering, zeker nu in hoger beroep vrijspraak was bepleit. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof en adviseerde terugwijzing naar het hof voor hernieuwde beoordeling.

De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest gedeeltelijk. In de vernietiging zijn ook alle beslissingen omtrent strafoplegging en schadevergoeding begrepen, maar niet de beslissingen over vorderingen van de benadeelde partij. De zaak wordt terugverwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep met betrekking tot de tenlastelegging medeplegen diefstal.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 5 maart 2019.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van de bewezenverklaring en strafoplegging.

Uitspraak

5 maart 2019
Strafkamer
nr. S 18/02569
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 april 2018, nummer 20/000803-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-088161-16 onder 1 tenlastegelegde (diefstal door twee of meer verenigde personen) en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1.
Het middel strekt ten betoge dat het Hof het vonnis van de Rechtbank wat betreft de motivering van de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 01-088161-16 onder 1 tenlastegelegde niet zonder meer had mogen bevestigen nu daarin is volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv, terwijl in hoger beroep van dit feit vrijspraak is bepleit.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 11 is het middel terecht voorgesteld.

3.Beoordeling van het tweede middel

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeft het middel geen bespreking.

4.Slotsom

Hetgeen hiervoor onder 2 is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-088161-16 onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging niet in stand kan blijven en in zoverre dient te worden vernietigd. In die vernietiging zijn begrepen alle in de bestreden uitspraak genomen beslissingen als bedoeld in art. 351 Sv Pro omtrent de oplegging van een straf en/of maatregel, waaronder ook de schadevergoedingsmaatregel, maar niet de beslissingen als bedoeld in art. 361 Sv Pro omtrent een vordering van de benadeelde partij (vgl. HR 26 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1430).

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-088161-16 onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 maart 2019.