Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Hengelo,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 maart 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of bij een overeenkomst tot aanneming van werk, waarbij geen prijs is afgesproken, de opdrachtgever gehouden is een redelijke prijs te betalen. De zaak betrof een reparatie van een auto door Autoservice Luiken B.V. De eiser stelde dat de reparateur in verzuim was en dat een ingebrekestelling vereist was, maar dit werd niet als zodanig aangenomen.
De procedure begon bij de kantonrechter te Almelo, gevolgd door meerdere arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 7:752 lid 1 BW Pro een redelijke prijs verschuldigd is wanneer geen prijs is overeengekomen. Het hof verwierp de stelling dat de reparateur eerst in verzuim moest zijn gesteld door middel van een ingebrekestelling.
De eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van 21 november 2017. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de eiser in de kosten van het geding. Hiermee werd het oordeel van het hof bekrachtigd dat bij het ontbreken van een prijsafspraak een redelijke prijs verschuldigd is en dat een ingebrekestelling niet vereist is om betaling te vorderen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.